Appel à contribution – The Pope, the Emperor(s), and the Holy Land:Rome, Byzantium, and the Holy Roman Empire at the Time of the Crusades

Leeds International Medieval Congress
7-10 July 2014


The Pope, the Emperor(s), and the Holy Land: Rome, Byzantium, and the Holy Roman Empire at the Time of the Crusades.


Following next year theme of Empire, we would like to draw scholarly attention to the political interactions between the Papacy, the Holy Roman Empire, and Byzantium concerning the crusading effort in the Eastern Mediterranean in the 12th and 13th centuries.
Session Themes (Provisional) :
1. The Papacy, the Holy Roman Empire, and the Holy Land (12th Century)
2. The Papacy, Byzantium, and the Holy Land (12th Century)
3. The Papacy, the Holy Roman Empire, and the Holy Land (13th Century)
4. The Papacy, Byzantium, and the Holy Land (13th Century)5. The Latin Empire of Constantinople and the Holy Land
Please send your abstract (100 words) and bio (100 words) to Thomas Smith (Thomas.Smith.2009@live.rhul.ac.uk) or Jan Vandeburie (j.vandeburie@kent.ac.uk) by 31 August 2013.
Source de l’information : Academia.edu
Publié dans Appel à contributions | Laisser un commentaire

Appel à contributions – Le personnage de Gauvain dans la littérature médiévale européenne

7 et 8 mars 2014, université Paris Est (Marne-la-Vallée)
Colloque co-organisé par l’Université Paris Est
et l’Université de Picardie Jules-Verne
(Unités de recherche IMAGER [E.A.3859] et TRAME [E.A. 4284])
Le colloque est conçu comme un avant-propos à celui qui aura lieu à Amiens les 12-14 mars (« Le Graal : genèse, évolution et avenir d’un mythe ») en se focalisant sur Gauvain l’un des principaux chevaliers d’Arthur qui, tout en étant parti avec enthousiasme à la quête du Graal et ayant entraîné avec lui tous les chevaliers, se lasse très rapidement de l’aventure, se trouve disqualifié et échoue.
Gauvain est, en effet, « de tous les chevaliers de la Table ronde celui, sans conteste, qui a connu tout au long du Moyen Age la fortune romanesque la plus complexe et la plus variée » (Danielle Queruel). Neveu d’Arthur, proche conseiller du roi, il est selon les œuvres et les siècles un modèle de chevalerie, de courtoisie, d’humilité et de générosité ou, au contraire, un être imparfait, à la réputation ternie : poussé alors par la vengeance, il devient responsable de la fin tragique de l’univers arthurien. Les auteurs de la fiche sur Gauvain du Camelot Project (University of Rochester) font remarquer que « there are more medieval romances devoted to Gawain’s exploits than to those of any other of Arthur’s knights including Lancelot, Tristan, and Galahad ». André Crépin et Hélène Dauby font la même remarque dans leur ouvrage Histoire de la littérature anglaise du Moyen Age (1993) : « Les romances sur Gauvain méritent une mention particulière car Gauvain est, de loin, le chevalier de la Table ronde le plus représenté dans nos romances. Une douzaine de poèmes moyen-anglais lui sont consacrés. »
En dépit de cela, les études et travaux universitaires sur Gauvain sont en nombre limité : le personnage semble trop humain (il a été qualifié de « the Arthurian Everyman »), trop terrestre, un éternel second une fois les nouveaux héros (Lancelot, Tristan, Perceval) arrivés sur le devant de la scène littéraire et qui immanquablement le surpassent. Ainsi Raymond H. Thompson et Keith Busby (Gawain: A Casebook, 2006) qualifient-ils Gawain de « a major part of the Arthurian backdrop, indispensable, useful, and largely predictable. » Ajoutons que certains textes en viennent même à le ridiculiser : le ton devient ironique, les situations comiques (cf. Friedrich Wolfzettel, « Arthurian adventure or quixotic struggle for life? A reading of some Gauvain romances in the first half of the 13th century »). On peut, par conséquent, que s’étonner du manque d’intérêt apporté à ce personnage aux multiples facettes.
Date limite : 30 septembre 2013 
Responsable : Marie-Françoise Alamichel
Adresse : Université Paris Est Marne-la-Vallée 5, BD Descartes Champs-sur-Marne 77454 Marne-la-vallée cédex 
Source de l’information : Fabula
Publié dans Appel à contributions | Laisser un commentaire

Web – Germano-Fil. Accéder à la documentation et aux ressources scientifiques sur l’Allemagne

Ce carnet propose une formation en compétences documentaires en SHS pour des étudiants et jeunes chercheurs concernant les ressources en Allemagne (bibliothèques, archives, offres scientifiques en ligne, bases de données, portails spécialisés, applications web 2.0 et leurs apports pour la recherche scientifique). Le carnet accompagne le séminare “Accéder à la documentation et aux ressources scientifiques sur l’Allemagne” organisé conjointement par le CIERA et l’Institut historique allemand.
This blog proposes a training in information skills in the humanities for students and researchers concerning German resources (libraries, archives, online documents, databases, virtual libraries, web 2.0 applications). The blog attends the tutorial “Acceder à la documentation et aux ressources scientifiques sur l’Allemagne” organised by CIERA and Institut historique allemand.
Mareike König ist Historikerin und arbeitet u.a. über deutsch-französische Beziehungen im 19. Jahrhundert. Sie leitet die Abteilung 19. Jahrhundert und die Bibliothek des Deutschen Historischen Instituts Paris.
Accès : ici
Publié dans Web | Laisser un commentaire

Colloque – Charisma als onderzoekprobleem. Tweede Interuniversitaire Masterclass Cultuur en Religie

Tweede Interuniversitaire Masterclass Cultuur en Religie:
‘Charisma als onderzoekprobleem’

17-18 september 2013
Gent, Augustijnenklooster (Academiestraat 1), 17 september
Museum voor Schone Kunsten (Gent) en Faculteitszaal Letteren en Wijsbegeerte 
(Blandijnberg 2), 18 september 

Doelpubliek : Doctoraatsstudenten en postdoctorale onderzoekers

Opzet en formule :

1. Opzet

Op 17 en 18 september 2012 stond het Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen in voor de organisatie van de eerste interuniversitaire masterclass ‘Cultuur en religie’, een initiatief dat zich richt op doctoraatsstudenten van wie het onderzoek zich richt op culturele, institutionele, en andere expressies van religie tijdens het Ancien Regime. Dit initiatief, onder leiding van een organiserend comité met ZAP-leden en postdocs van de UA, UGent en KULeuven, was een buitengewoon succes, met een veertigtal deelnemers uit ruim een dozijn onderzoeksteams van de drie universiteiten, en een zeer brede thematische en chronologische spreiding. Voor een deel kon dit succes voorzien worden. Aan de Vlaamse universiteiten wordt heel wat doctoraal onderzoek verricht naar religieuze aspecten van de middeleeuwse en vroegmoderne cultuur. Dit onderzoek gebeurt binnen verschillende disciplines, zoals cultuurgeschiedenis, literatuurgeschiedenis, kunstgeschiedenis, ideeëngeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis en geschiedenis van de spiritualiteit. Elke universiteit heeft daarbij haar eigen onderzoekstradities ontwikkeld, met eigen benaderingen en onderzoeksvragen. Hoewel het thema ‘Cultuur en religie in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd’ vandaag dus het onderwerp is van vele lopende onderzoeksprojecten, bestond er tot voor kort geen overkoepelend, interuniversitair platform waarop de onderzoekers elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar in debat kunnen treden. 

Als concept voor de studiedag hadden de organisatoren geopteerd voor een formule waarbij ‘hervorming’ als historisch vraagstuk centraal zou staan, zonder dat rekening werd gehouden met de vraag of dit thema prominent aanwezig was in de vraagstelling van de individuele onderzoeksprojecten. Tijdens de studiedag bleek dat de meeste deelnemers deze insteek als bijzonder verrijkend ervoeren. De presentaties, lectuursessies en discussies hadden niet enkel het voordeel dat de deelnemers kennismaakten met de mogelijkheden tot cross-disciplinair onderzoek, maar boden velen ook de kans hun eigen materiaal vanuit een nieuwe hoek te bekijken en zo tot nieuwe inzichten te komen. Daarmee heeft de masterclass in feite meer opgeleverd dan de organisatoren hadden verhoopt, en werd de wenselijkheid van een jaarlijks terugkerend initiatief duidelijk. 

2. Formule

De ervaring van de eerste masterclass heeft geleerd dat een tweedaagse, interdisciplinaire masterclass, waarop de junior en senior onderzoekers uit de drie Vlaamse instellingen elkaar ontmoeten en met elkaar in debat gaan, een haalbare formule is. Voor de tweede masterclass is het thema ‘Charisma’ geselecteerd. De relevantie van dit concept voor de studie van het religieuze fenomeen in het verleden staat sinds Max Weber buiten kijf. Bovendien heeft charisma in de loop van de afgelopen eeuw zich genesteld in de conceptuele toolbox van een brede waaier aan disciplines, zonder dat er echter veel cross-disciplinair debat heeft plaatsgevonden. De masterclass wil hieraan verhelpen door onderzoekers uit die uiteenlopende tradities met elkaar in debat te laten treden. 

Om dit optimaal te laten verlopen is er gekozen voor de volgende formule:
  • Twee keynote lezingen, waarvan één door een Vlaamse senior onderzoeker en één door een internationale expert. Op basis van twee theoretische teksten met betrekking tot charisma die door alle deelnemers voorbereid zal worden, zullen de keynote speakers ingaan op de specifieke uitdagingen die het concept charisma stelt aan het hedendaagse onderzoek naar kerkelijke en religieuze fenomenen. Daarbij zullen de deelnemers geconfronteerd worden met een aantal ‘key issues’, centrale vraagstukken die worden meegenomen in de verdere presentaties en discussies. 
  • In de eerste groep sessies (drie in totaal) geven doctorandi uit twee verschillende disciplines gedurende een twintigtal minuten hun kijk op de relevantie voor, en toepassingen van het concept charisma in hun onderzoeksdomein. Daarbij maken ze ook de koppeling met hun eigen onderzoek. Op deze voorstellingen volgt een debat, gemodereerd door een senior researcher.
  • In een tweede groep sessies (twee in totaal) becommentariëren twee junior en één senior researcher uit drie verschillende disciplines twee sleutelpublicaties uit het historisch onderzoek naar het verschijnsel charisma. De bedoeling is dat de commentaren polemisch zijn, en debat onder de andere aanwezigen – die de stukken op voorhand ter voorbereiding zullen ontvangen – aanmoedigen. 
  • Ten slotte is er een ‘praktijksessie’ voorzien, waarin kunsthistoricus Max Martens het concept charisma belicht aan de hand van De Aanbidding van het Lam Gods door de gebroeders Van Eyck. Hiervoor is een excursie voorzien naar het MSK (Gent), waar het retabel momenteel gerestaureerd wordt. De bedoeling van deze sessie is uitdrukkelijk didactisch; in plaats van zijn uiteenzetting toe te lichten met foto’s of een powerpoint-presentatie zal prof. Martens het onderzochte kunstwerk zelf kunnen gebruiken. De lesdag wordt m.a.w. om praktische redenen verplaatst naar een andere locatie.

De besluiten van de studiedag worden geformuleerd door één junior en één senior researcher, die elk vijftien minuten aan bod komen. Hierop volgt een gemodereerd debat. 

Er zal naar gestreefd worden de actieve bijdragen zo evenwichtig mogelijk over de deelnemende disciplines en universiteiten te spreiden. Deze formule laat toe op korte tijd kennis te nemen van het actuele onderzoek dat aan de drie Vlaamse instellingen plaatsvindt. Daarnaast zal het mogelijk worden lacunes en opportuniteiten voor crossdisciplinaire samenwerking te onderscheiden, en die te remediëren dan wel te baat te nemen. Voor een gedetailleerd overzicht van het voorlopige programma: zie hieronder. 

Om het interuniversitaire karakter van de masterclasses te garanderen, hebben de organisatoren geopteerd voor een beurtrol, waarbij de UGent in 2013 de organisatie van de tweede masterclass op zich zal nemen. Voor de masterclass van 2014 hebben de collega’s van de KULeuven zich geëngageerd om de organisatie te behartigen. De bedoeling is dat deze beurtrol in de toekomst verdergezet wordt, zodat de masterclass 2016 en 2019 opnieuw aan de UGent zal plaatsvinden.


Programma :

17 september (Augustijnerklooster Gent)

09u00 : Prof. dr. Steven Vanderputten (Geschiedenis UGent) – Inleiding: opzet masterclass charisma + uittekenen van historisch en theoretisch kader van de workshop + voorstelronde

09u45 : dr. Veerle Fraeters (Ruusbroecgenootschap UA) – Keynote lezing
11u00 : Koffiepauze

11u15 Sessie 1: Charisma in 3D: een multi-dimensionele benadering van het begrip
Moderator: dr. Patricia Stoop (Ruusbroecgenootschap UA)

Koen Vanheule (Geschiedenis UGent) – Een theoretisch-historisch benadering van charisma
Renske Van Nie (Ruusbroecgenootschap UA) – Tekstueel charisma in mystieke teksten
Marianne Ritsema van Eck (Geschiedenis UvA) – Het charisma van een collectief ritueel
12u45 Middagmaal

13u45 Sessie 2: De constructie van charisma (Bespreking en discussie van artikels) 
Moderator: Prof. dr. Youri Desplenter (Nederlandse Literatuur UGent)

Artikel 1: M. Münster-Swendsen, “Medieval Virtuosity: Classroom Practice and the Transfer of Charismatic Power in Medieval Scholarly Culture c. 1000-1230”, in: Negotiating heritage. Memories of the Middle Ages, M.B. Bruun e.a. ed., Turnhout, 2008, 43-64. 
Bespreking en aanzet discussie door Jelle Lisson (Geschiedenis KULeuven)

Artikel 2: Hoofdstuk uit L. Jardin, Erasmus, man of letters: the construction of charisma in print, Princeton, 1993.
Bespreking en aanzet discussie door Jonas van Mulder (Ruusbroecgenootschap UA)
15u15 Koffiepauze

15u30 Sessie 3: Charisma tussen Kerk en samenleving
Moderator: Veerle Fraeters (Ruusbroecgenootschap UA)

Xavier Baecke (Geschiedenis UGent) – Middeleeuwse ideaalbeelden en hun invloed op charisma in de dagelijkse praktijk.
Michal Bauwens (Geschiedenis UGent) – Charisma en het parochieleven. 
Ine Kiekens (Nederlandse Literatuur UGent) – De verspreiding en doorwerking van charismatische geschriften
17u00 : Koffiepauze

17u15 : Keynote lezing door prof. Lutz Kaelber (University of Vermont)
19u30 : Diner


18 september (MSK en Faculteitszaal Blandijn)

9u00 Sessie 4: Charismatische verbeelding: Het Lam Gods (praktische sessie/excursie naar MSK)
Sprekers: Prof. dr. Maximiliaen Martens en dr. Annick Born (Kunstwetenschappen UGent)
12u30 : middagmaal

13u30 Sessie 5: Religieus charisma
Moderator: Brigitte Meijns (Geschiedenis KULeuven)

Lisanne Vroomen (Ruusbroecgenootschap UA) – Charisma in de moderne devotie
Marta Bigus (Nederlandse Literatuur UGent) – Een literatuur-historisch perspectief op charisma
Eveline Leclercq (Geschiedenis Université de Strasbourg) – Charisma in bischopsakten 
15u00 Koffiepauze

15u15 Sessie 6: Charisma als katalysator van devotionele praktijken
(Bespreking artikels) 
Moderator: prof. dr. Anne-Laure van Bruaene (Geschiedenis UGent) 

Artikel 1: hoofdstuk uit: David Freedberg, The Power of Images. Studies in the history and theory of response. 
Bespreking en aanzet discussie door Ruben Suykerbuyk (Geschiedenis UGent).

Artikel 2: hoofdstuk uit: Rachel Fulton, From Judgment to Passion: Devotion to Christ and the Virgin Mary, 800-1200. New York: Columbia University Press, 2002. 
Bespreking en aanzet discussie door Helena Vanommeslaeghe (Geschiedenis UGent)
16u45 Discussie en besluit

Informations pratiques :
17-18 september 2013
Gent, Augustijnenklooster (Academiestraat 1), 17 september
Museum voor Schone Kunsten (Gent) en Faculteitszaal Letteren en Wijsbegeerte 
(Blandijnberg 2), 18 september 

Organizerend comité :
Prof. dr. Steven Vanderputten (Steven.Vanderputten@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Anne-Laure Van Bruaene (annelaure.vanbruaene@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Youri Desplenter (youri.desplenter@ugent.be) (UGent)
Drs. Koen Vanheule (koen.vanheule@ugent.be) (UGent)
Dra. Michal Bauwens (michal.bauwens@ugent.be) (UGent)

Wetenschappelijk comité :
Prof. dr. Steven Vanderputten (Steven.Vanderputten@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Anne-Laure Van Bruaene (annelaure.vanbruaene@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Youri Desplenter (youri.desplenter@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Maximiliaan Martens (maximiliaan.martens@ugent.be) (UGent)
Prof. dr. Brigitte Meijns (brigitte.meijns@kuleuven.ac.be) (KULeuven)
Prof. dr. Veerle Fraeters (Veerle.Fraeters@ua.ac.be) (UA)
Prof. dr. Violet Soen (Violet.Soen@kuleuven.ac.be) (KULeuven)
Dr. Patricia Stoop (patricia.stoop@ua.ac.be) (UA)
Drs. Jonas Van Mulder (jonas.vanmulder@ua.ac.be) (UA)
Source de l’information : Conventus
Publié dans Colloque | Laisser un commentaire

Web – Ferdinand Lot et Philippe Lauer, Diplomata Karolinorum. Recueil de reproductions en fac-similé des actes originaux des souverains carolingiens conservés dans les archives et bibliothèques de France

Neuzugang im Virtuellen Lesesaal der MGH: Das große Tafelwerk von Lot/Lauer mit Abbildungen der karolingischen Herrscherurkunden liegt komplett erschlossen und digitalisiert in hochauflösenden Bildern vor.

In den Jahren zwischen 1936 und 1949 veröffentlichten Ferdinand Lot und Philippe Lauer (teilweise unter Mitarbeit von Georges Tessier) ein umfangreiches Tafelwerk mit Abbildungen der in französischen Archiven und Bibliotheken erhaltenen Urkunden der karolingischen Herrscher (Diplomata Karolinorum. Recueil de reproductions en fac-similé des actes originaux des souverains carolingiens conservés dans les archives et bibliothèques de France).
Das monumentale Werk, das in seiner Gänze auch heute noch nicht überholt ist und sowohl für die Forschung als auch für den akademischen Unterricht wertvolle Dienste leistet, ist nur in wenigen Spezialbibliotheken vollständig vorhanden. Nunmehr liegen erstmals die Tafeln in hochauflösenden Scans mit komfortabler Zoom- und Blätterfunktionalität sowie die Inhaltsverzeichnisse im Volltext auf den Seiten des Virtuellen Lesesaals der MGH-Bibliothek vor.
Eine wechselseitige Verlinkung des Angebots mit den digitalen MGH und dem Abbildungsverzeichnis der europäischen Kaiser- und Königsurkunden (Irmgard Fees) sind in Arbeit.
Publié dans Publications, Web | Laisser un commentaire

Appel à contribution – Naissance et petite enfance à la cour de France (Moyen Âge – XIXe siècle)

Journée d’étude internationale organisée par Cour de France.fr en collaboration avec la Maison des Sciences de l’Homme Paris Nord et le programme interuniversitaire « Formes du savoir de 1400 à 1750 » (Maison des Sciences de l’Homme Aquitaine).
Lieu : Maison des Sciences de l’Homme Paris Nord
Date : 27-28 février 2014
Direction scientifique :
Jacques Gélis (université Paris VIII)
Pascale Mormiche (université de Cergy Pontoise)
Stanis Perez (université Paris 13/CRESC, MSH Paris Nord)
Jacqueline Vons (université François Rabelais, Tours)
Organisateurs : 
Stanis Perez (MSH Paris Nord), Caroline zum Kolk (Cour de France.fr)
Modalités pratiques :
Accompagnées d’un bref curriculum vitae, les propositions de communication (une-deux pages A4) devront être envoyées avant le 1er septembre 2013 à l’adresse suivante : event@cour-de-france.fr
Le comité d’organisation du colloque communiquera ses réponses avant le 15 octobre 2013.
La langue officielle du colloque est le français.
Présentation :
Cette journée d’étude interdisciplinaire est consacrée au thème de la naissance et à la petite enfance à la cour de France, du Moyen Âge au XIXe siècle. Elle est l’occasion de s’interroger sur la portée symbolique et réelle de la naissance dans le monde curial ainsi que sur les pratiques et le personnel qui l’entourent.
Les stratégies dynastiques et familiales occidentales reposent sur la présence d’enfants, seuls garants de la transmission de l’héritage familial (composé de biens, de titres et de privilèges) et de la formation d’alliances grâce aux mariages.
La fécondité, la grossesse, l’accouchement et les premières années des enfants suscitent ainsi un vif intérêt non seulement de la part des membres de la famille royale, mais aussi de la part des courtisans, du peuple et des familles princières européennes qui suivent avec attention les nouvelles relatives à ces sujets. Tous les aspects de la procréation sont chargés d’une signification symbolique et politique. On retrouve cette spécificité dans le cérémonial et les pratiques concernant la grossesse, l’accouchement et les relevailles. La publicité donnée à l’accouchement et les annonces et les festivités qui le suivent invitent à une lecture politique de cet événement et de sa représentation. La diversité des formes de communication (correspondances, journaux, récits, compliments de courtisans, rapports médicaux, etc.) et leur réception constituent une autre facette de cette question.
Les règles observées par les femmes enceintes à la cour et par leur entourage ainsi que les pratiques religieuses et populaires qui visent à combattre l’infécondité ou à minimiser la mortalité enfantine et maternelle constituent un autre volet de la thématique. La question du corps sacré de la reine, confronté à son humanité et à la fragilité de l’existence, apparaît en filigrane et permet de questionner la théorie des deux corps du roi et sa possible ou impossible application à l’épouse royale. Reines et princesses, sont-elles d’un statut qui les différencie sur ce point des autres parturientes ?
De l’histoire du genre viennent d’autres approches et interrogations. L’infécondité, la mortalité maternelle, la question du sexe de l’enfant et les jugements et réactions des contemporains confrontés aux problèmes qui peuvent apparaître dans ces domaines, apportent des éclairages précieux à propos de la place des hommes et des femmes dans la procréation et la fonction de celle-ci pour leur statut social.
La contraception et le refus de procréer (avant ou après avoir donné la vie) constituent un sujet annexe à cette thématique. Il implique autant les hommes que les femmes (Louis XIII, Marie Leszczynska…) et mérite de faire l’objet de recherches, autant en ce qui concerne sa réalité historique que les réactions que suscite un tel refus de la procréation.
Peu étudiées et peu documentées sont aussi les premières années des enfants royaux et princiers qui grandissent souvent séparés de la cour, entourés d’un personnel féminin et masculin nombreux. Au cours des siècles, la lente professionnalisation des métiers de la médecine et du personnel curial transforme cette « Maison des enfants » et son quotidien. Son fonctionnement, les soins apportés aux jeunes enfants ainsi que le personnel masculin et féminin qui entoure la femme enceinte, l’accouchée et le nouveau-né constituent un autre volet de la thématique que nous proposons d’étudier. La place des différents médecins, sages-femmes, accoucheurs et autres intervenants, à titre de témoins ou d’acteurs directs, mérite d’être précisée.
La grossesse est souvent assimilée à une maladie. La médecine curiale se mobilise-t-elle autant que lors d’une maladie grave du souverain ? À quel type de discours médical fait-on appel pour délivrer les femmes éminentes de la cour ? Quelle stratification sociale peut-on lire dans les différences de protocoles d’assistance à l’accouchement en fonction des rangs ?
Au-delà de ces questions, on pourra aussi s’interroger sur le statut du regard porté sur le corps féminin par les instances médicales, mais aussi sur l’imaginaire médical entourant les naissances, le corps du nouveau-né faisant l’objet d’un examen méticuleux sur ses aptitudes à régner.
Enfin, il serait intéressant de se pencher sur la question de la réception des progrès de l’obstétrique dans le milieu curial et les précautions particulières qui entourent la naissance des enfants royaux.
Volets thématiques proposés :
La procréation : enjeux et problématiques
  • La place de la procréation dans la vie quotidienne à la cour
  • Le problème de la stérilité masculine ou féminine
  • Le refus de la procréation
  • Les pratiques de contraception
Le déroulement de la grossesse et de l’accouchement
  • La détection de la grossesse et son annonce
  • Le quotidien des femmes enceintes à la cour
  • L’accouchement : déroulement, descriptions, personnel (médecin, chirurgien-accoucheur, sage-femme…)
  • Les relevailles : représentations
Du corps sacré au corps humain
  • Les accidents lors de la grossesse et des accouchements
  • Les naissances prématurées
  • Les enfants malformés et mort-nés
  • Les reines et princesses mortes en couches
  • Conjurer le sort : pratiques religieuses et populaires
La prise en charge du nourrisson et de l’enfant
  • La maison des enfants : une structure curiale (formation, évolution)
  • Le personnel féminin : gouvernantes, nourrices, remueuses…
  • Le personnel masculin : médecins, domestiques, gardes…
  • La mortalité enfantine et les stratégies la concernant
La représentation de la naissance et sa fonction dans les stratégies dynastiques
  • La naissance d’un enfant royal : stratégies d’information et enjeux dynastiques
  • Le genre de l’enfant et les réactions des contemporains face à cette question
  • Festivités et réjouissances données à la cour, à la ville et à la campagne
  • Les formes de témoignages et leurs caractéristiques
Source de l’information : Cour-de-France.fr
Publié dans Appel à contributions | Laisser un commentaire

Appel à contibutions – Inégalité(s) hommes-femmes et utopie(s) (Antiquité-XXIe siècle)

Colloque international et pluridisciplinaire
Université Charles de Gaulle – Lille 3
18 – 20 juin 2015
« Voix et voies de femmes : Études sur les femmes, le sexe et le genre » (EA CÉCILLE 4074)
UMR Savoir Textes Langage (STL, UMR 8063)
 
« la seule manière de sortir du cercle dans lequel l’idéologie nous entraîne  c’est d’assumer une utopie, de la déclarer et de juger l’idéologie de ce point de vue » (Paul Ricœur, L’Idéologie et l’utopie [1997]).
« What future is there for a female child who aspires to being Humphrey Bogart? » (Donna Haraway citant The Female Man (1975) de Joanna Russ, in Modest_Witness@Second_Millenium. Female Femaleman©_Meets_Oncomouse™”, Feminism and Technoscience (1997). 
 
Comment les utopies – littéraires et/ou com­mu­nau­taires (imaginées par des hommes comme par des femmes) – représentent-elles, augmentent-elles ou résolvent-elles l’/les inégalité(s) entre les hommes et les femmes ? Telle sera la problématique de cette manifestation. 
«  Utopie » est un terme (ou-topos [sans lieu]) forgé par Thomas More pour désigner la cité ima­gi­nai­re dans le récit de voyage vers un lieu fictif, De optimo reipublicae statu, deque insula Utopia (1516). Dans l’en-tête de l’édition de Bâle (1518), Thomas More utilise le terme d’Eutopia pour dé­si­gner le lieu imaginaire qu’il a créé. Cet autre néologisme ne repose plus sur la négation ou mais sur le préfixe eu qui signifie bon. Eutopie signifie donc « le lieu du Bon », donc, ici, une société idéale.
L’utopie est « [le] projet ou rêve d’une société et, par extension, d’un avenir désirable, mais tenu pour chimérique » (Paul Foulquié et Raymond Saint-Jean, Dictionnaire de la langue philosophique [1962 ; Paris : PUF, 1978] 747). Le plus souvent satirique et subversif, le dessein en est la dénoncia­tion des travers d’une époque, à travers un lieu imaginaire (lointain, mythique) : la Callipolis de Pla­ton, L’île des esclaves de Marivaux (1725), l’Eldorado de Candide (1759), etc. ; la distanciation dans l’espace – voire aussi dans le temps – est destinée à éviter la censure  (politique, religieuse…). Cette tradition, ce genre littéraire remonte à La République (c. 370 av. J.C.) de Platon et passe par La Cité du Soleil de Tommaso Campanella (1623), La Nouvelle Atlantide (1628) de Francis Bacon, le Voyage en Icarie (1840) d’Étienne Cabet, etc. 
Selon Henri Meschonnic, « L’utopie est une fabrique de sens, une fabrique d’histoire. Elle est conquérante. Ni substitutive, ni compensatoire […]. Non en opposition avec la terre réelle, mais tran­s­for­matrice du lieu. Sans elle, il n’y a pas de lieu. Il n’y a que des territoires » ( L’Utopie du Juif [Paris : Desclée de Brouwer, 2001] 22). La différence entre le lieu et les territoires peut présenter un intérêt, d’une part, pour penser les rapports sociaux existant entre les sexes et, d’autre part, pour les penser autrement : territoires plus ou moins imposés ou fabriqués relevant toujours d’une repré­sen­ta­tion binaire versus lieu d’une hospitalité ou convivialité ne relevant plus d’une logique dualiste et, dans le cas présent, inégalitaire.
Aux utopies littéraires masculines, souvent misogynes jusqu’au XIXe siècle (Aristophane, Swift, William Morris), où les seules femmes dignes d’intérêt sont les épouses et les mères (Bacon, More, Bellamy, etc.), se mêle un nombre croissant d’utopies féminines (Christine de Pisan, Margaret Cavendish, Sarah Scott, Lady Mary Hamilton, Mary Livermore, Mary Howland, Martha Bensley Bruere, Ines Haynes Gillmore, Charlotte Haldane etc.), dont certaines « excluent » la présence des hommes (Charlotte Perkins Gilman, Mary Bradley Lane, etc.).  
Le XXe siècle voit fleurir les dystopies ou les contre-utopies qui signalent une méfiance croissante à l’égard des récits maîtres (ou des grands récits) et de l’idéologie marxiste et communiste. La dystopie orwellienne invite à se détacher de l’idéal de perfection et d’innocence politique qui a pu caractériser les utopies positives. Mais les dystopies sont aussi ces « utopies privatives » où la quête du bonheur passe par la suppression des souffrances ou des inégalités et donc souvent/parfois des genres dans leur assymétrie opprimante. Ce que Jameson appelle le « principe de réduction du monde » devient l’une des stratégies de la science-fiction féministe d’Ursula Le Guin, par exemple, qui imagine un monde (Gethen) ambisexuel, débarassé de tout ce que la sexualité a de problématique et de violent et du capitalisme. Qu’en est-il de ces utopies paradoxales qui se fondent sur une économie de la pénurie et dans quelle mesure cette évolution du genre de l’utopie est-elle liée à la prise en compte des oppressions de genre ou liées à la sexualité d’un point de vue situé ? Que nous apprend-elle sur la conception féminine et féministe du pouvoir et des relations que les femmes et les féministes peuvent ou doivent entretenir avec « le pouvoir » ?
Par-delà les utopies ou la balance entre utopie et dystopie, comment penser un espace et une organisation autres des rapports à travers le motif foucaldien des « hétérotopies », lieux autres présentant une contestation à la fois mythique et réelle de l’espace habituel. Quel rôle jouent  alors les « espaces autres » de la fiction dans cette recomposition à partir du moment où la littérature devient, pour Sedgwick par exemple, une sorte de surface de projection des « troubles dans le genre » ? (Epistemology of the Closet [1990] et Between Men. English Literature and Male Homosocial Desire [1985]). Juxtaposant en un seul lieu réel plusieurs espaces parfois incompatibles, les hétérotopies introduisent aussi une rupture absolue avec le temps habituel, ce sont des hétérochronies, combinant un système d’ouverture et de fermeture, créant un espace d’illusion qui dénonce comme plus illusoire encore l’espace réel, ou en présente un mode autrement organisé. Comment considérer ces « sortes d’utopies effectivement réalisées dans lesquelles les emplacements réels sont à la fois représentés, contestés et inversés, [c]es sortes de lieux qui sont hors de tous les lieux, bien que pourtant ils soient effectivement localisables » (Foucault, « Des espaces autres ») ? Ces expériences périlleuses où se joue quelque chose du sujet dans son rapport au monde, à lui-même et aux autres, peuvent-elles servir de paradigme pour repenser, hors des espaces et des temps habituels, un régime d’exception des sexuations et de sexualités qui rompe jusqu’à la distribution même, prise ici comme point de départ, en femmes et en hommes ? Dans quelle mesure les utopies sexuelles urbaines qui relèvent de ce que Gayle Rubin a appelé « la sexoethnogenèse urbaine » participent-elles d’hétérotopies réussies en ce qu’elles produiraient des restratifications sociale et sexuelles non normatives et des dynamiques de pouvoir différentes (avec la culture SM à San Francisco par exemple) ?
Si les utopies ravissent en ouvrant un espace merveilleux, les hétérotopies inquiètent, en subvertissant jusqu’au langage et à l’imagination, « parce qu’elles brisent les noms communs ou les enchevêtrent, parce qu’elles ruinent d’avance la ‘syntaxe’, et pas seulement celle qui construit les phrases, – celle moins manifeste qui fait tenir ensemble (à côté et en face les uns des autres) les mots et les choses » (Foucault, Les Mots et les choses [1966]). Qu’en résulte-t-il alors en ce qui concerne les relations entre et par-delà les sexes – et les mots pour les dire ? Comment utiliser ce motif pour les repenser, pour élaborer des discours qui sont susceptibles d’en accueillir la différence, d’en accomplir la puissance d’altération ? Quelque chose de cet ordre semble se jouer dans l’alternative que Foucault dessine, dans La Volonté de savoir (1976), entre des « corps-plaisirs » et un « dispositif de sexualité » qui en contraint et en limite l’expression ? Ne s’agit-il pas alors justement d’une invitation à réarticuler, dans la dimension utopique d’un ars erotica, sexualité et « usage des plaisirs » ?
Dans le texte consacré aux hétérotopie (« Des espaces autres »), Foucault insiste encore sur la primauté de l’espace sur le temps pour notre époque contemporaine, de plus en plus « hétérochronique ». Peut-on en tirer les conséquences et élargir la dimension spatiale inscrite dans le mot « utopie » pour y inclure l’idée de cyberespace? Il s’agirait alors de se pencher sur les nouveaux modes de relations, de mise en réseau constituant des identités et des alliances provisoires évoqués par Donna Haraway dans « A Cyborg Manifesto » (1991), internet permettant l’émergence à la fois de nouvelles logiques d’affiliation, d’appartenance, d’affinités, de groupements pragmatiques, de nouveaux modes d’action, au-delà de l’opposition entre sphère publique et sphère  privée?
Quelques pistes :
Domaines où se manifestent les inégalités entre les hommes et les femmes : éducation, célibat, choix (mutuel) du conjoint, conception du mariage (nécessité économique, « association de partenaires égaux en droits et en devoirs » (C. Cohen-Safir), contrôle des naissances (voire eugénisme), droit au statut et à la protection juridique, droit à la propriété, droit à l’emploi, etc.  
Est-il possible d’échapper, dans l’utopie, au patriarcat comme rapports de pouvoir (propriété, religion, mariage) ? 
Peut-on rattacher certains récits de voyage/d’anthropologie ou ethnologiques à une forme d’utopie en présentant d’autres possibles (patriarcat méditerranéen ; les Germaines combattent aux côtés des hommes ; des textes de voyageurs libertins évoquent des accouchements sans douleur pour interroger la bible…)
Utopies/dystopies et pouvoir
Utopies/ inégalités, discriminations
Utopies/dystopie et sexualités 
Utopies genrées/utopies dégenrées
Utopies/dystopies féministes et queer
Utopies/hétérotopies
Utopies/dystopies et stratégies féministes (séparatisme, communautés, hétérotopies)
Utopies/dystopies à l’ère numérique
Utopies/dystopies et technologies
Utopies/dystopies et architecture, urbanisme, littérature, cinéma, peinture, BD, culture populaire, science fiction, performance, arts, festivals
Utopies/dystopies communautaires et subcultures urbaines
Utopies/dystopies et corps…
Utopies, cinéma et jeux vidéos dystopiques…
 
Toutes les approches sont bienvenues :
Études littéraires, études théâtrales, philosophie, théorie critique, études comparées, études féministes, géographie sexuelle, « cultural studies », « visual studies », « film studies », « technology studies », « gender studies », « queer studies », « post-colonial studies », « decolonality »…
 
Ce colloque sera précédé ou suivi de journées d’étude sur des thèmes spécifiques liés à sa thématique.
Modalités

Les propositions de communications (400 mots environ, accompagnées d’un CV bio- et bibliogra­phi­que), d’ateliers ou de performances sont à envoyer par courrier électronique (document word) à Guyonne Leduc (guyonne.leduc@univ-lille3.fr) pour le 1er septembre 2013.
Les propositions d’ateliers et de performances sont à adresser aussi à Marie-Hélène Bourcier, Lille 3 (mariehelenebourcier@gmail.com)
Les propositions seront examinées de façon anonyme par un comité scientifique pluridisciplinaire qui rendra son avis pour le 1er novembre 2013.
Une publication est envisagée; les tapuscrits seront soumis à un comité de lecture.
Renseignements auprès de Guyonne Leduc et de Jean-François Delcroix (jean-francois.delcroix@univ-lille3.fr), responsable administratif de l’EA CECILLE
EA CÉCILLE, dir. : Catherine Maignant (Lille 3)
UMR STL, dir. : Philippe Sabot (Lille 3)

Responsable : Guyonne Leduc
Source de l’information et bibliographie indicative : Fabula
Publié dans Appel à contributions | Laisser un commentaire

Journée d’étude – Cultures littéraires et pratiques performatives à Arras et à la cour de Robert II d’Artois (seconde moitié du XIIIe siècle)

Si le remarquable rayonnement culturel de la ville d’Arras au XIIIe siècle a été abondamment commenté, le rôle que la cour de Robert II d’Artois, seigneur de la ville, y a joué doit encore être étudié précisément. Le prince capétien accueillait poètes, musiciens et jongleurs en nombre. La ville et la cour ont fonctionné comme d’exceptionnels creusets à la fois pour les arts du spectacle et pour la literacy. La majorité des plus anciens textes de théâtre qui nous sont parvenus ont été composés en picard et proviennent de l’espace arrageois, notamment le Jeu de la feuillée (représenté en juin 1276 lors de la fête annuelle de la Confrérie des jongleurs et des bourgeois d’Arras) et le Jeu de Robin et Marion, composés tous deux par Adam de La Halle, attaché au service du comte. Témoins de cette culture arrageoise, à la fois urbaine et curiale, ces pièces de théâtre ont participé à un espace performatif dans lequel crieurs, hérauts, prédicateurs, acteurs et musiciens ont eu leur place. La journée d’étude entend examiner les caractères originaux des formes et des pratiques performatives qui s’y sont développées mais aussi la question de la densité inaccoutumée des témoignages conservés de ces pratiques parmi la considérable production de manuscrits dans l’espace arrageois dans la seconde moitié du XIIIe siècle.
Programme :

9h30 : Accueil

Présidence : Patricia Stirnemann

9h40 : Marie Bouhaïk-Gironès (CNRS / Paris-Sorbonne) – Introduction
10h00 : Xavier Hélary (Paris-Sorbonne) – Robert d’Artois : itinéraire d’un prince capétien
10h45 : Olivier Collet (Genève) – Le recueil BnF, f. fr. 25566 ou le trompe-l’œil de la vie littéraire arrageoise au XIIIe siècle
11h30 : Pause

11h45 : Alexis Charansonnet (Lyon 2) – Sur un manuscrit arrageois de sermons de circonstances, d’origine italienne (Arras, BM 876)
12h30 : Discussion
Déjeuner : 13h-14h30

Présidence : Paul Bertrand

14h30 : Estelle Doudet (Lille 3) – Princeps ludens : Robert II d’Artois et la représentation littéraire
15h15 : Isabelle Ragnard (Paris-Sorbonne) – Incidences dramatiques de quelques variantes musicales dans le Jeu de Robin et de Marion
16h00 : Pause

16h15 : Jelle Koopmans (UvAmsterdam/Académie Royale des Pays-Bas) – Le programme de la fête : le jeu, le temps et le scénario du Jeu de la Feuillée d’Adam de La Halle
17h00 : Discussion et table ronde conclusive animée par Elisabeth Lalou (Rouen) et Alain Provost (Arras)
Informations pratiques :
Journée d’étude organisée par Marie Bouhaïk-Gironès et Xavier Hélary
Vendredi 06 septembre 2013

Centre Roland Mousnier (salle G647) – Université Paris-Sorbonne
1 rue Victor Cousin – Paris, France (75005)

Contact : Marie Bouhaïk-Gironès (marie.bouhaik@orange.fr)

Source de l’information : Calenda
Publié dans Colloque | Laisser un commentaire

Appel à contribution – Medieval anchorites in their communities

Medieval anchorites in their communities
Gregynog Hall, Newtown, Powys: April 22 – April 24, 2014

Much of the work undertaken in the field of medieval anchoritism to date, particularly within an English context, has concentrated on the vocation’s role within the history of Christian spirituality, its function as a locus of (gendered) sacred space and its extensive ideological cultural work. However, in spite of Anneke Mulder-Bakker’s exhaustive work on the anchorites of the Low Countries (especially 2005 and 2012), only sporadic attention has been given to the anchorite as part of a community – whether social, intellectual, spiritual or religious – and as part of a widespread ‘virtual’ network of other anchorites and religious or ‘semi-religious’ figures spread across England and beyond.

The influence of continental experiences upon English anchoritism has also been underestimated, in spite of some evidence to the contrary. For example, the patrons and spiritual confessors of English anchorites did not necessarily limit their social, spiritual and intellectual activities to English contexts, and it is clear that texts of continental provenance – from the Low Countries and Italy, for example – were translated into Middle English from Latin for the consumption of English anchorites, but also for other enclosed religious and, in the later period, the devout laity.

In its focus on anchorites within their multifarious communities, this conference aims to unpick the apparent paradox of a ‘communal anchorite’ and the central role sometimes played by this simultaneously solitary and ideological figure within local and (inter)national political contexts, and within the arena of church critique and reform. 
Offers of 20-minute papers are therefore sought on any aspect of medieval anchorites in their communities including (but not restricted to):
  • Spiritual circles
  • Communities of discourse
  • Anchoritic/lay interaction
  • Anchorites and church reform
  • Networks of patronage
  • Networks of anchorites
  • Anchorite case studies
  • Anchoritic friendship groups
  • Book ownership/borrowing/lending/circulation
  • Communities of texts: ‘anchoritic’ miscellanies/textual travelling companions
  • Textual translation, circulation and mouvance
  • Non-insular influence
  • Gendered communities
Abstracts of up to 300 words, or requests for further informatoin, should be sent to Dr Liz Herbert McAvoy at Anchorites2014@swan.ac.uk by Monday, August 30th, 2013.
Conference Location
The 5th International Anchoritic Society conference, ‘Medieval Anchorites in their Communities’, will be held at the University of Wales’ conference centre, Gregynog Hall, in Newtown, Powys, Wales on April 22-24, 2014. A registration form with costs and further details will be available in the autum of 2013.

Source de l’information : Swansea University
Publié dans Appel à contributions | Laisser un commentaire

Atelier – Préparer sa thèse à la BnF

Pour optimiser votre travail de recherche, un atelier individuel et personnalisé axé sur votre sujet de thèse :
  • Présentation des ressources documentaires imprimées et numériques disponibles à la BnF,
  • Initiation aux outils de de recherche bibliographique,
  • Conseils méthodologiques,
par un bibliothécaire spécialiste de votre discipline.  

Dates : sur rendez-vous
Durée : 2h30
Prix : gratuit

Informations et rendez-vous : par courriel à doctorants@bnf.fr  (responsable : Benoît Cailmail)

Source : BnF
Publié dans Enseignement | Laisser un commentaire